Archives for posts with tag: wk

Wat een WK was het. Natuurlijk, er was voer genoeg voor cynici. De gouden bal voor Messi, die weliswaar in de eerste fase beslissend was, maar in de beslissende fase niet. De gouden handschoen voor Neuer, die in de finale een overtreding maakte waar Toni Schumacher zich niet voor geschaamd zou hebben. Scheidsrechters die Brazilië een beetje op gang moesten helpen. Kameroen dat zijn wedstrijden verkocht.

En toch, als wij het over twintig jaar over dit WK hebben, dan zullen we dat allemaal niet noemen. We zullen het hebben over de goal van James Rodriguez. Over de rushes van Robben. De zweefduik van Van Persie. Het totaalvoetbal van de Duitsers. En over dat ongelofelijke verhaal van een Nederlands elftal dat naar Brazilië ging om afgeslacht te worden, maar derde werd. Door een tactisch briljante bondscoach, die met een gouden pik alle registers bespeelde, en bijna de volmaakte harmonie vond.

Voor het eerst in jaren overvalt mij na het WK het weemoedige gevoel dat het voorbij is. Er was een soort saamhorigheid, zoals in een examenklas, versterkt door de ongedachte oranje successen en gevoed door al het moois dat voetbal te bieden heeft. Hoe corrupt en financieel verziekt het wereldje ook is: het spel won het van de knikkers. Met dubbele cijfers.

Ik heb lang genoeg in de kelders van de KNVB gevoetbald om te weten hoe het is om met 7-1 te verliezen. 7-1, kan ik vertellen, dat valt nog mee. Ik heb met 13-1 verloren. Met 12-2. En zelfs een keer met 17-0, waarbij ik in één wedstrijd twee eigen doelpunten maakte.

Soms speel je tegen een team dat beter is dan dat van jou. Meestal verlies je dan, vaak met één of twee goals verschil. Maar soms gebeurt het, al je goede voornemens over kort dekken en felheid in de duels ten spijt, dat na een doelpunt je verzet ineens breekt. Het gebeurt iedere week duizenden keren op de velden in Nederland. Heel af en toe ligt één van die velden toevallig in een stadion. Zoals ooit bij PSV-Feyenoord. Het kan zelfs op een WK gebeuren, vraag maar aan Saoedi-Arabië dat ooit met 8-0 verloor. En op een dag gebeurt het in de halve finale van het WK. Met het thuisland.

Gisteren was het net of Duitsland 1 tegen Brazilië 7 speelde. De Duitsers waren dodelijk efficiënt, de Brazilianen knakten. Dat is voetbal. In de tweede helft had Brazilië overigens zomaar na 10 minuten op 5-3 kunnen staan. Het gebeurde niet, en ook dat is voetbal. Prachtige sport.

Af en toe heeft Wimbledon zo’n verhaal. Boris Becker, die als 17-jarige het toernooi won. Richard Krajicek, die twee weken in zijn hele carrière goede enkelvoudige backhands sloeg, uitgerekend in Londen. Goran Ivanisevic, afgeserveerd door iedereen en alles en dan op een wildcard het toernooi winnen.

En nu is het verhaal van Wimbledon dat van een 19-jarige Australiër. Ook een wildcardhouder, en wat mij betreft wint hij het toernooi. Dat is namelijk een verhaal. Toegegeven, vorig jaar won voor het eerst sinds negentiennoach een Brit, ook een goed verhaal, maar dat was wel een aangekondigd verhaal.

Het internationale tennis had eerst een big one (Roger Federer), toen een big two (Nadal erbij) en toen een big four: Murray en Djokovic meldden zich. Aanstaande zondag zou het ‘gewoon’ weer tussen Federer en Djokovic of Murray kunnen gaan in de finale, maar evengoed is het Kyrgios tegen Dimitrov. Als je een kaartje voor zo’n finale hebt, voel je je toch een beetje genept. Net als mensen met een kaartje voor de WK-finale natuurlijk niet zitten te wachten op Colombia-Costa Rica. Toch kan het gebeuren, want ook de voetbalsport heeft soms een verhaal nodig. Want laten we eerlijk zijn: acht groepswinnaars in de kwartfinales, dat is een verhaal van niks.

Dit land, je kunt er toch alleen maar van houden? Het land waar conducteurs een rood-wit-blauwe schminkstift bij zich hebben om de reizigers te versieren. Het land waar het aantal minuten tot de wedstrijd omgekeerd evenredig is met de hoeveelheid oranje kleding die de mensen dragen. Het land met snackbarren die de mexicano’s in de aanbieding doen. Ook al worden de snackbarren gerund door Chinezen. Het land waar de organist in de kerk op zondagochtend ‘wij houden van oranje’ in het naspel van de dienst verstopt. Het land dat meer dan een uur met ongeveer 9 miljoen mensen naar een nabeschouwing kijkt.

Het land dat massaal het commentaar van Jack van Gelder terugluistert. Het land dat tussen alle bomen op de Croeselaan oranje vlaggetjes hangt. En gele, die ooit oranje geweest zijn, maar niet zijn weggegooid want he, het is ook een zuinig land. Het land dat nu zes dagen moet wachten tot we weer mogen, maar nu al begint met het bestellen van biertappen, beamers en barbecueworstjes. Het land dat denkt dat Costa Rica toch geen probleem kan zijn. Het land dat hetzelfde dacht over Mexico. Het land dat daar uiteindelijk gelijk in kreeg. Daar kun je toch alleen maar van houden?

Als ze winnen, tenminste.

Als kind was ik een bijter. Ik beet in dingen, uit reflex. In legoblokjes, maar ook als baby al in snoeren van lampen. Zelfs in andere kinderen. Op een verjaardag bij een oom en tante heb ik ooit een vreemd kind gebeten. En mijn zus heeft nog steeds de afdruk van drie van mijn tanden in haar arm staan.

Het is een gewoonte die ik na mijn kindertijd heb afgeleerd. Maar jaren geleden kwam de reflex één keer terug. Op het voetbalveld. Ik was zo kwaad op een tegenstander die mij een kunstje flikte, dat ik hem wilde bijten. Het was geen overwogen besluit – ik zag een hand voor mijn mond na een valpartij, en voelde ineens de neiging erin te happen. Dat deed ik natuurlijk niet, want ik ben opgevoed.

Ik moest eraan denken toen ik vannacht Uruguay-Italië terugkeek. Luis Suarez kon zich voor de derde keer in zijn carrière niet bedwingen en beet in zijn tegenstander. Veel meer dan ik is Luis een alfamannetje, bij wie de testosteron door zijn lichaam zal gieren tijdens zo’n wedstrijd. Hij wordt een beest dat koste wat kost wil winnen. En dus laat hij zijn verstand los. Het maakt hem tot zo’n briljante voetballer – en tot een volslagen idioot.

33.000 mensen keken volgens de stichting Kijkonderzoek gisteren naar Spanje-Australië, een wedstrijd die nergens meer om ging. Tegelijkertijd was op Nederland 1 de wedstrijd van oranje tegen Chili te zien. Toch kozen 33.000 mensen voor des keizers baard.

Er wonen in Nederland ongeveer 22.000 Spanjaarden. Laat daar nu eens de helft van hebben gekeken. (Dat lijkt veel, maar Spanjaarden in Nederland missen hun vaderland natuurlijk, dus ze kijken graag naar iets nationalistisch.) Dan hebben we al 11.000 kijkers verklaard. Er wonen ongeveer 4000 mensen uit Oceanië in Nederland. Die hebben natuurlijk allemaal gekeken, want het kan zomaar honderd jaar duren voor ze weer op een WK zijn.

Tel daarbij 1000 mensen die naar de ondergang van de Spaanse ploeg wilden kijken, 1000 mensen die dachten dat de wedstrijd van Nederland daarna zou komen, 3000 mensen die dachten ‘het beweegt en het is groen dus het is goed’, 1.000.000 mensen die gedurende 1 minuut gezapt hebben om even naar de goals te kijken (ongeveer 11000 mensen op het totaal), 1999 mensen die anderhalf uur lang gedacht hebben ‘wat raar dat Nederland in het geel speelt’ en dan hebben we er nog één over: de moeder van commentator Jeroen Grueter.

Uruguay-Engeland was de mooiste wedstrijd op het WK tot nu toe. Althans, zo las ik in een sms van iemand die ik om de uitslag had gevraagd. Zelf had ik er geen bal (sorry) van gezien; ik zat in het theater, bij een zinnenstrelende afstudeervoorstelling.

De wedstrijden van het WK staan al maanden in mijn agenda, dus ik wist dat ik de kraker zou missen. In het theater miste ik de wedstrijd overigens geen moment – een goede voorstelling zorgt ervoor dat er geen ruimte buiten de zaal bestaat. Een goede voetbalwedstrijd trouwens ook. In die zin lijken voetbal en theater wel op elkaar; op een afgesproken moment moet de voetballer of de theatermaker zijn (of haar) kunsten laten zien; tijd om het over te doen is er niet. Het moet in één keer goed zijn.

Ik miste dus hoe Wayne Rooney eindelijk zijn WK-ban doorbrak, en hoe de Engelse angst voor Luis Suarez terecht bleek. Maar u daarentegen miste een onnavolgbaar lief lied over een kind dat spaghetti met paprika voor haar ruzieënde ouders maakt. En een liefdeslied met de zin ‘onder de stenen van de straat ligt het strand’. Misschien kan het de Engelsen troosten.

%d bloggers liken dit: