Archives for posts with tag: amateurs

Gisteren was de een-na-laatste speeldag in de BeNe League, de weinig fantasierijke naam voor de vrouwenvoetbalcompetitie van België en Nederland. Het totoformulier (zou je ergens op deze competitie kunnen wedden?) vertoonde louter 1’tjes: ADO-Antwerp 8-0, Ajax-Anderlecht 5-1, FC Twente-AA Gent 9-1, PEC Zwolle-Club Brugge 3-1, Standaard Luik-OH Leuven 6-0, Telstar VVNH-Lierse SK 5-0

De uitslagen verraden, helaas, het amateurisme dat om deze competitie hangt. Los van de doelpuntenregen blijkt dat ook uit het feit dat er gisteren zes wedstrijden werden gespeeld, terwijl er 14 ploegen in competitie zijn. Dat is afgelopen jaar eerder regel dan uitzondering geweest. Dat komt omdat Sint Truiden zich voor de start van de competitie al terugtrok, en FC Utrecht halverwege het seizoen failliet ging. Anderlecht en Telstar zijn dus al klaar. Eerder dit jaar moest de wedstrijd tussen PSV en Twente bijna worden gestaakt, omdat de arbiter geblesseerd raakte. Blijkbaar zorgen de twee voetbalbonden niet voor vierde officials. Gelukkig was er een verdwaalde scheidsrechter onder de toeschouwers. Het onderstreept nogmaals het amateurisme. Zouden de dames ook zelf grensrechters moeten regelen?

FC Twente (62 punten) en Standaard Luik (60) kunnen beide nog kampioen worden op de laatste speeldag. Of het spannend wordt, valt te bezien: Twente moet naar Brugge. Thuis werd dat 9-0. 

Advertenties

De topklasse zaterdag heeft nog altijd geen kampioen. Dat komt omdat GVVV en Spakenburg gelijk eindigden in puntenaantal, en het reglement voorschrijft dat er dan een beslissingswedstrijd gespeeld wordt. In de topklasse wordt behoorlijk betaald, en is er sprake van semi-profvoetbal. Waarom kan het doelsaldo dan niet gewoon doorslaggevend zijn?

Nu moeten beide ploegen een wedstrijd spelen om de titel. Die zou zaterdag plaatsvinden bij VVOG in Harderwijk, maar de burgemeester verbood dat. Nu wordt er aanstaande zaterdag gespeeld bij FC Volendam. Volendam! Dat is weliswaar ook een vissersdorp aan de voormalige Zuiderzee, maar het ligt nogal uit de richting. Gezien de standplaatsen van GVVV en Spakenburg had een treffen in Amersfoort voor de hand gelegen, maar daar is geen voetbalclub die groot genoeg is om 6000 man te huisvesten. Utrecht heeft alleen de Galgenwaard, en die is veel te groot. Volendam is gek genoeg een van de nabijste locaties met een stadion waar 6000 man in kunnen.

Kind van de rekening ondertussen is het Amsterdamse AFC, de zondagtopklassekampioen, die nog tegen GVVV of Spakenburg om het algeheel amateurlandskampioenschap speelt. Omdat een uit- en thuiswedstrijd waarschijnlijk niet meer in het KNVB-schema passen, moet ook voor die ontmoeting een terrein gevonden worden. FC Emmen heeft zich al gemeld als gastheer.

Het was een pracht van een zaterdag. De voorspelde regen bleef uit, en we speelden in alle vroegte een uitwedstrijd bij FC De Bilt. Op mijn favoriete veld ook nog eens: achter het hoofdveld, tussen de bosjes, een klassiek grasveld met kale doelgebieden en madeliefjes bij de cornervlag.

Mijn elftal speelde misschien wel de beste wedstrijd van het seizoen.  We stonden 1-0 achter bij rust – voor ons een maximaal resultaat. Na rust werd het 2-0, en ik legde mij neer bij een kleine nederlaag. Toen maakten we opeens 2-1 en zelfs 2-2. Een ongedacht genoegen daagde, en toen kwam het moment. Ik kopte een voorzet vanaf de rechterkant in mijn eigen doel. Er waren nog vijf minuten te spelen waarin wij geen potten meer braken.

Na afloop was iedereen aardig. Dat ik in elk geval eerder bij de bal was. Dat het profs ook overkwam. Zelfs alle tegenstanders kwamen een aai over mijn bol geven: ‘Dit had je niet verdiend.’ ’s Middags bij mijn eigen club vroeg iedereen of ik gescoord had. Lachend boden ze me bier aan. Het was exemplarisch voor mijn carrière. Maak ik een keer de winnende, is het in eigen doel. Thuisgekomen paste ik met gebogen hoofd mijn biografie maar weer eens aan.

Het is de eerste zaterdag van het nieuwe jaar, en dat betekent voor bijna alle voetbalclubs in Nederland Nieuwjaarsreceptie. Zo ook bij mijn voetbalclub – iedere reden om te drinken moet benut worden – en voorafgaand aan de receptie is er bij ons de even traditionele Nieuwjaarswedstrijd.

Deze wedstrijd wordt altijd afgewerkt tussen het eerste elftal van onze vereniging, en een selectie van oud-eerste-elftalspelers. De weersomstandigheden zijn daarbij van secundair belang. Ook, nee, júist als het sneeuwt of hard vriest moet er gevoetbald worden. Of dat overigens ook gebeurd is toen zestien jaar geleden op deze zaterdag de Elfstedentocht gehouden werd weet ik niet – dat was vermoedelijk de laatste keer dat ik er zelf niet bij was. Ik heb nooit structureel in het eerste elftal gespeeld, maar 12 jaar geleden, toen ik net senior was, ben ik ooit ingevallen in een bekerwedstrijd. 3 minuten. Precies één bal raakte ik, maar sindsdien ben ik een oud-eerste-elftalspeler.Zo ben ik een van de weinige voetballers geworden die meer minuten in het oud-eerste gemaakt heeft dan in het echte eerste.

Dit jaar hebben ze achttien namen op de lijst, dus ik kan rustig toekijken. Alhoewel, met al die oude mannen weet je het nooit – ik denk dat ik mijn schoenen toch maar weer meeneem.

Maar liefst vier amateurclubs plaatsten zich gisteren ten koste van een profploeg voor de derde ronde van de KNVB-beker. Hoewel, de kwalificatie ‘profploeg’ kan enigszins eufemistisch genoemd worden bij veel van de Jupiler Leagueverenigingen. Onlangs publiceerde het AD een onderzoek naar de salarissen in de twee betaalde divisies, waaruit bleek dat meer dan 350 spelers minder dan 25.000 euro in het jaar verdienen. Velen van hen ontvangen zelfs een werkloosheidsuitkering, en krijgen bij de club alleen een onkostenvergoeding. Zo rest er na hun voetballoopbaan vaak niets anders dan de bijstand.

Bij goede amateurclubs is dat anders. Vaak voetballen de spelers in het eerste van een topklasser voor enkele duizenden euro’s per jaar (uitschieters zijn mogelijk), maar er zijn bijkomende voordelen. Zo wordt je keuken bijvoorbeeld gratis vernieuwd door een sponsor, of de leider van het derde elftal komt voor een appel en een ei twee plafonnetjes stuken.

Veel van die amateurs hebben het dus financieel beter voor elkaar, en ook voetballend waren ze gisteren de bovenliggende partij. Jammer voor de amateurs is wel dat teletekst besloten heeft om geen karakteristieken van de bekerwedstrijden op te nemen. Als je dus je naam op tv wilt zien, moet je de stap naar de bijstand riskeren.

Vandaag moet ik voetballen in Langbroek. Langbroek is een dorp tussen Doorn en Cothen, en mogelijk heeft u van die twee plaatsen ook nog nooit gehoord. Meer dan 2500 inwoners heeft het niet, en de lokale voetbalclub speelde dan ook jarenlang met het vertegenwoordigende elftal op hetzelfde niveau als mijn gezellige maar kleine vereniging.

In Langbroek hebben ze zich echter in 10 jaar opgewerkt tot de eerste klasse. Naar buiten toe wordt dat vast toegeschreven aan een goede lichting met jongens uit het dorp, maar wij weten wel beter: in Langbroek wordt betaald. Het is een beetje zoals de jongens met hun enorme zak knikkers op het schoolplein vroeger. ‘Nee, ik heb nooit iets gekocht. Ik heb ooit één uppie geleend, en toen heb ik alles bij elkaar gewonnen.’ In de praktijk zaten daar dan gulle oma’s achter, als oliesjeiks avant-la-lettre.

Ikzelf hield er niet van om om bonken te spelen. Ik was veel te bang om te verliezen. Dat – en een chronisch gebrek aan talent – zal ervoor gezorgd hebben dat ik nooit op prestatieniveau heb gespeeld. Vanmiddag moet ik voetballen in Langbroek. Op een bijveld, tegen het derde. Niet om de grote knikkers, maar gewoon om de uppies.

%d bloggers liken dit: