Een of andere monnik op de teletekstredactie van de NOS heeft in de afgelopen weken de complete olympische Nederlandse ploeg ingeklopt, alsmede alle finales van alle onderdelen. Ik zapte er vanavond doorheen – het aantal uren dat ik teletekstend heb doorgebracht moet bij elkaar een paar procent van mijn leven vormen.

Al snel stond ik stil op pagina 612/1. De atletiekfinales bij de vrouwen. 13 augustus, om 3.35 in de morgen: 100 meter sprint. Ik merkte dat er iets begon te tintelen. Ik stelde me voor dat ik twee wekkers zou zetten. Om drie uur en vijf over drie, zodat ik zeker wist dat ik niet te laat zou zijn. Ik zag me naar beneden sluipen. Ik zette de tv aan. Ik keek, geeuwend en wachtend, naar de kwalificaties van een ander onderdeel. Ik knipte twitter aan. Ik liep naar het keukenraam om te zien of er andere huiskamers in de straat verlicht waren. Ik hing om wakker te blijven de slingers vast op, want 13 augustus hebben we toevallig een verjaardag. Ik zag voor me hoe het 10 uur later bij de taart alleen over Dafnes finale zou gaan.

Ik keek op van teletekst en deelde deze gedachte in onze huiskamer. Het antwoord? ‘Ik ga in de logeerkamer slapen.’

Advertenties

Ik overwoog deze week twee keer naar het stadion te gaan. Afgelopen dinsdag, toen Ajax tegen PAOK speelde, en gisteren, toen Feyenoord en PSV aftrapten voor weer een eredivisieseizoen. Het bal openden, zogezegd.

Beide keren kwam het er niet van, en ik kreeg ook verbaasde blikken van mensen om hij heen aan wie ik mijn voornemen vertelde. Waaróm zou je een van die wedstrijden willen bezoeken? Nu, je gelooft het misschien niet, maar ik vind het leuk om een voetbalwedstrijd te zien. De geur van een nieuw seizoen, met alle speculaties, frisse hoop en gebruinde vakantiegezichten van dien. Hoe doet Bosz het bij Ajax? Wat kan de nieuwe spits van Feyenoord? En blijft PSV zo’n hecht collectief?

Maar zeker gisteren hadden de thuisblijvers gelijk. Hoewel een voetbalwedstrijd live altijd zijn charme heeft, zag de ArenA er doods uit. De KNVB kondigde vandaag aan te gaan kijken naar de opzet van de Johan Cruijffschaal. Een uitstekend plan. Om te beginnen: een kleiner stadion. Het Olympisch Stadion, bijvoorbeeld. Of Galgenwaard in Utrecht. De Wageningse Berg, wat mij betreft. Maak er een feest voor stadionliefhebbers van. Een toegankelijke kaartverkoop zou ook helpen, alsmede een vriendelijke prijs. Dan blijft het de volgende keer niet bij een voornemen.

De Taalstand van 31 juli:

http://www.nporadio1.nl/sportzomer-2016/onderwerpen/368004-de-taalstand-met-jan-beuving

De Taalstand van 30 juli:

http://www.nporadio1.nl/sportzomer-2016/onderwerpen/367950-de-taalstand-met-jan-beuving

De taalstand van 29 juli:

http://www.nporadio1.nl/sportzomer-2016/onderwerpen/367819-de-taalstand-met-jan-beuving

Tijdens deze zomerweken mag ik – als vervanging van René Appel die op vakantie is – samen met Frits Spits de rubriek ‘de taalstand’ verzorgen op radio 1. De taal van de dag gevat in een rubriek van 10 minuten. Veel sport, veel taal, dus daarom hier de links naar mijn bijdragen.

http://www.nporadio1.nl/sportzomer-2016/onderwerpen/367713-de-taalstand-met-jan-beuving

Vanuit mijn studeerkamer keek ik gisteren naar de parkeerplaats schuin tegenover ons huis. Omdat er zoveel auto’s met vakantie of naar het werk waren, hadden twee jongens vrij spel voor een tamelijk ongebruikelijke sport. Doel was om hun bal zodanig in de boom te schoppen dat hij erin bleef zitten. Als dit gelukt was, was het zaak om de bal met een schoen uit de boom te gooien. Ik kon ze alleen zien en niet verstaan, dus of er ook een puntentelling op nagehouden werd, weet ik niet.

Nu heb ik zelf weleens met een schoen naar een vastzittende bal gegooid, maar nooit omdat de bal met opzet vastgetrapt was. Ik weet wel dat het tamelijk lastig is, maar de jongens waren er redelijk goed in. Maar op zeker moment zat ook een van de schoenen vast, wat tot grote hilariteit op de parkeerplaats leidde. Met de andere schoen werd vervolgens alsnog de bal bevrijd, waarna alleen de schoen nog hing.

Het mooie was dat beide jongens toen samenwerkten. De een met de bal die net uit de boom was gevallen, de ander met zijn schoen. Zo verschoof de wedstrijd van één tegen één naar twee tegen schoen. De schoen bood dapper weerstand, maar verloor alsnog.

%d bloggers liken dit: