Archives for category: Uncategorized

De 31e Korte Corner voor NOS Studio Voetbal:

http://nos.nl/video/2102632-de-korte-corner-nostalgie.html

Ik moest gisteren aan Phil Taylor denken. De associatie was tamelijk direct: ik las een roman waarin een personage voorkwam dat zo heette. Wat bezielt een schrijver om iemand te vernoemen naar een ietwat corpulente darter? En dan niet een Onslow-achtige Engelsman die vooral op televisies ramt, maar een lange, blonde vrouw die helpt in de huishouding bij een dementerende man?

Op dit raadsel is een eenvoudig antwoord: Phil kwam op het papier al eerder tot leven dan de Phil achter het dartsbord. De papieren Phil trof ik in een klassieker van Bernlef: Hersenschimmen. Een roman over het almaar hellender vlak van de dementie, en de ijzingwekkende onontkoombaarheid ervan. Maarten Klein, de vertellende ik-figuur, raakt de draad kwijt in zijn hoofd, en dus in zijn leven. Zijn vrouw Vera verdrinkt in radeloosheid. Beklemmend maar prachtig opgeschreven – enfin, niet voor niets een klassieker.

Ik weet medisch weinig van dementie, maar uit geringe ervaring wel dat vaste patronen het langst blijven hangen. Er zijn mensen met wie geen gesprek meer te voeren is, maar die nog moeiteloos de psalmen uit hun jeugd meeprevelen. Ik wens Phil Taylor toe dat hij hierdoor nooit getroffen wordt. Maar als het hem wel overkomt, hoop ik dat hij nog gedachteloos de goede vakjes vindt.

Als liefhebber van Drs. P zou Luik-Bastenaken-Luik, met zijn heen-en-weerbeweging, natuurlijk mijn favoriete klassieker moeten zijn. Maar met Luik heb ik een wat ambigue relatie. Het is de zwaarste van alle voorjaarsklassiekers, dat wil zeggen: je hebt er klimmersbenen voor nodig. Veel mooie winnaars dus, maar wat een lelijkheid druipt er toch altijd van de beelden.

Die Belgische buitenwijken, waar beton en cement een wedstrijd doen wie er het meest kan scheuren. Dat stadion van Standaard Luik, dat ieder jaar als een roodgroene vlek in de groezelige stad ligt. Zelfs als de zon schijnt is Luik nooit vrolijk om naar te kijken. En dan regende het gisteren ook nog eens.

En toch: het zoet van de overwinning geeft de grauwigheid smaak. Op de redactievloer waar ik gisteren was, was het aantal nog af te leggen kilometers omgekeerd evenredig met het aantal kijkers. We hadden het over Adri van der Poel, die cynisch was geweest over de kansen van de Nederlanders. We riepen naar Woutje. We zagen dat hij demarreerde. Dat hij werd teruggepakt. We zeiden dat hij te vroeg aanging. En we zagen dat wij te vroeg waren met onze conclusies. Wout Poels gaf de grijsste klassieker kleur. In het zwart gekleed, dat wel.

Mijn 30e korte corner voor NOS Studio Voetbal. Over de sportieve plicht.

http://nos.nl/video/2101292-de-korte-corner-sportieve-plicht.html

Mijn 29e korte corner voor NOS Studio Voetbal. Over weglopers:

http://nos.nl/video/2099869-de-korte-corner-weglopers.html

Afgelopen maandag gooide Hugo Borst een steentje in de voetbalvijver. Frank de Boer, zo schreef hij, zou het misschien niet zo hebben op Nederlandse voetballers van Marokkaanse komaf. Het water bleef de hele week rimpelen. Langs de lijnen ging het erover, diverse columnisten droegen hun steentje bij, en Johan Derksen was niet te beroerd om een complete kuub grind in de vijver te storten.

In dit soort discussies moet ik altijd aan Willem Wilmink denken. Weinig dichters hielden zo van voetbal als hij; niet één had een zachtere blik op allochtonen. Het laatste gedicht van zijn bundel Migranten heet ‘Spelende Meisjes’. Het begint zo:

Vol sombere doemgedachten
geraakte ik in een straat
waar meisjes aan ’t spelen waren
en we kwamen aan de praat.

Turkse en Surinaamse
en sommige autochtoon
en ze hadden er nauwelijks weet van,
ze speelden daar gewoon.

Mijn sombere visioenen
van een wereld die verging,
vervaagden in ’t licht van die kinderen
tot een herinnering.

Eigenlijk hadden de scheidsrechters dit weekend niet af moeten fluiten. Dan werd er net zo lang gespeeld tot niemand meer ergens vandaan kwam, maar iedereen gewoon weer een kind met een bal was.

Gisteravond vlak voor elf uur, vlak voor tien uur Engelse tijd, stonden miljoenen mensen op van hun bank of stoel. Liverpool verloste zichzelf in blessuretijd (mercy aan de Mersey): 4-3. Die mensen zaten niet alleen in Liverpool. Ook in Stockport. Glasgow. Cork. Heerenveen. Norrköping. Odense. Chantilly-sur-l’Oise.  Zij hadden voor de derde keer deze week het groene behang in hun woonkamer aangezet, in de hoop even meegesleept te worden.

Er was een man tussen die net weduwnaar was, en voor het eerst weer juichte. Er was een vrouw die twee weken strijk wegwerkte en de bout liet vallen. Er was een jongetje in Kirkdale dat voor het eerst op mocht blijven, in de rust naar bed was gestuurd, en naar beneden kwam toen hij iemand hoorde juichen bij de 2-3. Het was in een villa met thuisbioscoop. Het was op een oude buistelevisie met zo’n hoge piep erin. Het was op een iPhone in de metro.

Ook ik sprong op van de bank. Tegelijk met al die anderen. Niet omdat we tegen Duitsers zijn, of hartstochtelijk Liverpool aanhangen. Maar wel omdat we vóór de bal zijn. Voor het wonder, dat bijna nooit geschiedt. Maar als het zich aandient, met open armen ontvangen moet worden.

%d bloggers liken dit: