Een of andere monnik op de teletekstredactie van de NOS heeft in de afgelopen weken de complete olympische Nederlandse ploeg ingeklopt, alsmede alle finales van alle onderdelen. Ik zapte er vanavond doorheen – het aantal uren dat ik teletekstend heb doorgebracht moet bij elkaar een paar procent van mijn leven vormen.

Al snel stond ik stil op pagina 612/1. De atletiekfinales bij de vrouwen. 13 augustus, om 3.35 in de morgen: 100 meter sprint. Ik merkte dat er iets begon te tintelen. Ik stelde me voor dat ik twee wekkers zou zetten. Om drie uur en vijf over drie, zodat ik zeker wist dat ik niet te laat zou zijn. Ik zag me naar beneden sluipen. Ik zette de tv aan. Ik keek, geeuwend en wachtend, naar de kwalificaties van een ander onderdeel. Ik knipte twitter aan. Ik liep naar het keukenraam om te zien of er andere huiskamers in de straat verlicht waren. Ik hing om wakker te blijven de slingers vast op, want 13 augustus hebben we toevallig een verjaardag. Ik zag voor me hoe het 10 uur later bij de taart alleen over Dafnes finale zou gaan.

Ik keek op van teletekst en deelde deze gedachte in onze huiskamer. Het antwoord? ‘Ik ga in de logeerkamer slapen.’