Vrijdag begon het EK. Misschien was het toeval, maar op weg naar de voetbalclub om de kantinekas te tellen, kruiste een man in een oranje shirt mijn pad. Jup Holland Jup stond erop. Het shirt was even verwassen als het Nederlands elftal zelf. Het leek op een daad van verzet.

Het EK is voor Nederland een soort Wachten op Godot. Hoe lang we ook praten, op een wedstrijd van het Nederlands elftal is het tevergeefs wachten. Daarmee zou het toernooi een tantaluskwelling kunnen worden, maar ik bespeur bij mezelf het tegendeel. Zaterdagmiddag zat ik tijdens de seizoensafsluiting van dezelfde voetbalclub, tussen twee potjes door, in de kantine zelfs naar Zwitserland-Albanië te kijken. En ik was niet eens de enige. Een veld, een bal en twee teams, het zal altijd aantrekkingskracht uitoefenen. En nu we verlost van de zichzelf repeterende machine met oranjemeningen, is het eigenlijk veel leuker om naar te kijken. Het is op het moment dat ik dit schrijf bijna rust bij Spanje-Tsjechië. Het staat 0-0, maar wat geeft het, om Eddy Poelmann te citeren. Er wordt gevoetbald – ieder moment kan iets moois gebeuren.

Wachten op Godot is trouwens een prachtig stuk. Ik hoop op een goeie uitvoering.