In het boek De kunst van het veldspel beschrijft Chad Harbach het wel en wee van een universiteitshonkbalteam. Henry Skrimshander is het talent van de ploeg, en stevent af op een uniek record in de universiteitscompetities: 52 foutloze wedstrijden op rij als korte stop. Maar juist in die 52e wedstrijd gaat het mis: hij gooit een gammele bal naar het eerste honk. Op het scorebord knippert het groene lampje onder de E van error.

Wat dan volgt is de voor mij ontroerendste scène uit het boek: het stadion, 200 mensen ongeveer, begint te applaudisseren. Ook de spelers van de tegenpartij en de scouts op de tribune staan op. Niet voor de fout, maar voor de serie die ermee beëindigd werd. Het raakte me, omdat het iets beschrijft wat je maar zelden ziet: een volledig sportpubliek dat weet waar het naar kijkt, en prestaties op de ware waarde schat.

Ik moest hieraan denken toen ik gisteren hoorde dat Roger Federer zich afgemeld heeft voor Roland Garros. Daarmee komt een einde aan een serie van 65 grandslamtoernooien op rij waar hij aan deelnam. In augustus 1999 miste hij er voor het laatst één – hij speelde alle grandslams van dit millennium dus. Net als Henry verdient Federer een ovatie voor deze reeks.