Afgelopen zaterdag fietste ik rond een uur of tien ’s morgens over het Science Park van Utrecht, beter bekend als de Uithof. Nu is de wetenschap er van hoog niveau, maar de architectuur van het complex is zo’n allegaartje dat ‘chic’ niet het eerste bijvoeglijk naamwoord is waar je aan denkt.

Toen zag ik twee jongens in jacquet een piano verslepen. Ik herkende hun dassen: dit waren mannen van DSK, de Diergeneeskundige Studenten Kring. Berucht om hun borrelmores, die erin voorzien dat als cadeau voor een jubilerende vereniging iets meegebracht moet worden wat ooit geleefd heeft. Een paardenkop, bijvoorbeeld. Of een varkensnier.

Maar zaterdag zag iedereen er chic uit. Voor de deur van de faculteit verzamelden zich louter heren in jacquet, en dames met bloemetjesjurken en fleurige hoeden. Zaterdag was namelijk het jaarlijkse ‘peerdepieten’: een paardenrace waarin tien studenten diergeneeskunde de jockeys zijn; iets waar ze een half jaar lang voor getraind worden. De winnaar is een jaar lang peerdepiet – of peerdepetra, ingeval van een vrouw. Door de jaren heen werd de race verreden in Utrecht, Hilversum, Wassenaar (Duindigt) en sinds 2012 in Wolvega. Zo zag ik al die opgedirkte studenten rond half één, toen ik terugfietste, in grote, grijze touringcars stappen. Die pasten wel goed bij de Uithof.