Ik moest gisteren aan Phil Taylor denken. De associatie was tamelijk direct: ik las een roman waarin een personage voorkwam dat zo heette. Wat bezielt een schrijver om iemand te vernoemen naar een ietwat corpulente darter? En dan niet een Onslow-achtige Engelsman die vooral op televisies ramt, maar een lange, blonde vrouw die helpt in de huishouding bij een dementerende man?

Op dit raadsel is een eenvoudig antwoord: Phil kwam op het papier al eerder tot leven dan de Phil achter het dartsbord. De papieren Phil trof ik in een klassieker van Bernlef: Hersenschimmen. Een roman over het almaar hellender vlak van de dementie, en de ijzingwekkende onontkoombaarheid ervan. Maarten Klein, de vertellende ik-figuur, raakt de draad kwijt in zijn hoofd, en dus in zijn leven. Zijn vrouw Vera verdrinkt in radeloosheid. Beklemmend maar prachtig opgeschreven – enfin, niet voor niets een klassieker.

Ik weet medisch weinig van dementie, maar uit geringe ervaring wel dat vaste patronen het langst blijven hangen. Er zijn mensen met wie geen gesprek meer te voeren is, maar die nog moeiteloos de psalmen uit hun jeugd meeprevelen. Ik wens Phil Taylor toe dat hij hierdoor nooit getroffen wordt. Maar als het hem wel overkomt, hoop ik dat hij nog gedachteloos de goede vakjes vindt.