Als liefhebber van Drs. P zou Luik-Bastenaken-Luik, met zijn heen-en-weerbeweging, natuurlijk mijn favoriete klassieker moeten zijn. Maar met Luik heb ik een wat ambigue relatie. Het is de zwaarste van alle voorjaarsklassiekers, dat wil zeggen: je hebt er klimmersbenen voor nodig. Veel mooie winnaars dus, maar wat een lelijkheid druipt er toch altijd van de beelden.

Die Belgische buitenwijken, waar beton en cement een wedstrijd doen wie er het meest kan scheuren. Dat stadion van Standaard Luik, dat ieder jaar als een roodgroene vlek in de groezelige stad ligt. Zelfs als de zon schijnt is Luik nooit vrolijk om naar te kijken. En dan regende het gisteren ook nog eens.

En toch: het zoet van de overwinning geeft de grauwigheid smaak. Op de redactievloer waar ik gisteren was, was het aantal nog af te leggen kilometers omgekeerd evenredig met het aantal kijkers. We hadden het over Adri van der Poel, die cynisch was geweest over de kansen van de Nederlanders. We riepen naar Woutje. We zagen dat hij demarreerde. Dat hij werd teruggepakt. We zeiden dat hij te vroeg aanging. En we zagen dat wij te vroeg waren met onze conclusies. Wout Poels gaf de grijsste klassieker kleur. In het zwart gekleed, dat wel.