Het was op een koude vrijdagavond dat ik voor het eerst op het Kasteel was. Sparta was gedegradeerd, en speelde thuis tegen MVV. Een student natuurkunde die ik tegen het lijf gelopen was – briljante jongen die later promoveerde met een proefschrift waarvan te titel me al te machtig was – was hartstochtelijk fan van Sparta. Zoveel overgave moest ik eens van dichtbij meemaken.

Ik ging vanaf zijn huis bij hem achterop, wat voor iemand van bijna twee meter geen pretje is. Met kramp in m’n liezen reden we het straatje naar het stadion in. Daar lag het Kasteel. De torentjes waren gewend aan daglicht als er gevoetbald werd, maar staken nu wat dreigend af tegen de muur van kunstlicht die erachter verrees.

Op de hoek van het stadion kochten we een extra kaartje voor de Denis Nevilletribune. Ik kreeg les in wie Denis Neville was, en voordat de wedstrijd goed en wel begonnen was, maakte Sparta 1-0. Ik dacht door Dennis de Nooijer, maar misschien lopen hier wat De(n)nissen door elkaar. Hoe het ook zij: de rest van de avond gebeurde er niets meer. We stampvoetten tegen de kou, we zongen de Spartamars en we scandeerden Deelder. Gelukkig is Sparta nu (weer) terug in de eredivisie. Op naar de zondagmiddagzon!