In de tennisuitslagen zag ik vanmorgen de naam van de Amerikaan Tommy Paul voorbijkomen. (ATP-200, 18 jaar oud.) Ik heb een zwak voor mensen van wie de achternaam ook een voornaam kan zijn. Todd Martin was ook zo’n tennisser.

In de top-100 van de ranglijst vinden we meer mensen met dezelfde eigenschap: Gilles Simon, Taylor Fritz, Pierre-Hugues Herbert, Kyle Edmund en Taro Daniel. Die laatste is verrassend genoeg een Japanner. Verder hebben we Hyeon Chung, maar Koreanen spelen altijd vals in dit soort statistieken. Er is vast ook wel een idioot die zijn kind Federer of Nadal genoemd heeft, maar dit soort gevallen laten we buiten beschouwing.

Buiten het tennis hebben we natuurlijk Tony en Daniel Martin in de wielrennerij. Ingrid Paul, die ooit schaatscoach was, Eljero Elia bij Feyenoord, Gijs Jasper bij FC Groningen (die nog geen wedstrijd voetbalde in de hoofdmacht) en Sikke Olivier, die in 1952 in het partuur zat dat de PC won. Mijn zwak ten spijt: zo zeldzaam is het dus niet om een voorname achternaam te hebben. Als Tommy Paul een voorname sporter wil worden, zal hij het dus van zijn tennis moeten hebben. Hij won vannacht zijn eersterondepartij in Houston. Een goed begin.