Ik begreep weinig van de wereld gisteren. Ik keek naar nieuws dat zichzelf herhaalde, zonder zich te verduidelijken. Daarna las ik een roman: De onervarenen van Joke van Leeuwen. Toen begreep ik nog steeds niets van de wereld, maar ik had in elk geval iets moois gelezen. De sportpagina’s en -katernen produceerden ondertussen ook nieuwsberichten waarin de Brusselse tragedie doorsijpelde. (Net als in dit stukje.) Het ging over afgelaste sportevenementen en Dwars door Vlaanderen dat op de tocht stond. Natuurlijk is het allemaal onnozel nieuws naast de aanslagen, maar als iets ongrijpbaar is, dwaal je net zo lang af tot je iets wel begrijpt.

De onervarenen is een roman over Nederlanders die, door armoede tot wanhoop gedreven, halverwege de negentiende eeuw de oversteek maken naar Zuid-Amerika. Maar eenmaal daar begint al snel het verzuchten om de vleespotten van Egypte. Van het ontginnen van land en het opbouwen van een nieuw bestaan komt niets terecht; de ellende kwadrateert zichzelf.

Op dagen als gisteren zijn we allemaal onervarenen. We herkennen wat er gebeurt, en toch weten we niet wat ons overkomt. In die wetenschap lijkt vandaag me bij uitstek een dag om dwars door Vlaanderen te fietsen. Verstand op nul, en wie het eerst finisht, heeft gewonnen. Dat snappen we tenminste.