Als je als Nederlands teamsporter op een pré-OKT belandt, dan weet je dat de weg naar de spelen ondoenlijk zal zijn. Het overkomt de ijshockeyers, die gisteren in mineur begonnen aan het toernooitje in Cortina d’Ampezzo: 6-5 verloren van Groot-Brittannië. We hockeyen even goed of beter dan de Engelsen, we schaatsen een stuk consistenter (noem mij één schaatsende Brit), maar sport blijkt geen optelsom.

Wie op de teletekstpagina voor ijshockey doorbladert (er is 1 van de potentieel 200 sportpagina’s voor ijshockey gereserveerd), ziet dat parallel aan dit kwalificatietoernooi de BeneLeague gewoon doorgaat. De Tilburg Trappers, vijftienvoudig Nederlands Kampioen, spelen zondag gewoon. Het is wel de enige dag dat het Nederlands team in Italië niet in actie komt – het zal toch niet zo zijn dat er spelers overvliegen?

Het bericht over Tilburg bracht me in verwarring, want die waren toch overgestapt naar de Duitse competitie omdat daar meer niveau was? Wat blijkt: de senioren spelen in de derde Oberliga Nord, en de beloften van de Tilburg Trappers (laten we ze de trappertjes noemen), acteren in de BeneLeague. Ze doen daarin overigens ondanks hun jeugdigheid mee voor de play-offplekken. De conclusies over het vaderlandse ijshockey: 1. de weg naar Olympische Spelen is inderdaad lang. 2. Al het goede komt uit Tilburg.