Veel zwart-witter dan het damspel wordt sport niet. 100 vakjes, 40 stenen, en niet oneindig maar toch voor het mensenbrein te veel zetten om te kunnen analyseren. Beginnen gaat nog, negen keuzes heeft wit bij aanvang, maar daarna is het hek van de dam. En dan te bedenken dat alleen de zwarte velden maar benut worden – de witte vakjes zijn slechts vulling; lucht tussen de scheve sprongen.

Vanzelfsprekend dus dat fotograaf Corné Sparidaens vorig jaar, bij het WK in Emmen, alleen zwart-witfoto’s schoot. Op die (voor de zilveren camera genomineerde) foto’s zien wij de handen van de spelers. Niet als die het denkwerk vertalen naar zetten op het bord, maar terwijl ze contact zoeken met het hoofd dat de opties weegt. Vingers die plooien vormen in het voorhoofd en de slapen, handen die een steunbeer zijn voor de gedachten.

Dammen. Een schuinsmarcherende sport. Mannen van over de hele wereld die van de wereld zijn, verzonken in dezelfde handen die straks die van de tegenstander zullen zoeken voor de bezegeling van de wedstrijd. Tot het zover is, tasten ze de schedel af, zoekend naar het juiste woord in een binaire taal die meer zinnen kent dan een mens kan lezen.