Nederland heeft in de afgelopen 25 jaar een aantal uitzonderlijke sportprestaties mogen vieren. Het turngoud van Epke. De Champions League van Ajax. De gouden plakken van Kromowidjojo, De Bruijn en Van den Hoogenband op het koningsnummer. De volleybalmannen in 1996. Ellen van Langen in 1992. De waterpolosters in 2008. Toch werden al die mannen en vrouwen op 28 augustus van dit jaar naar de kroon gestoken. Door Dafne Schippers.

Hoeveel procent van de wereldbevolking zou er ooit gevoetbald hebben? 30? 40? En hoeveel gezwommen? 50? Misschien nog wel meer; je leert het op school immers. Maar bijna elk mens leert lopen. Iedereen – blank, bruin, lang, kort, arm of rijk – heeft wel eens een sprintje getrokken. Voor de bus. Bij tikkertje. Of om op tijd thuis te zijn. Ook daarom is atletiek de grootste sport ter wereld.

Daar stond Dafne Schippers. Daar hurkte ze. En daar ging ze. Zelfs in slow motion leek ze te versnellen. Haar initialen lezen als een Franse godin, maar haar naam is Hollands als het gras. Zilver op de 100 meter, goud op de dubbele afstand. Wereldkampioen hardlopen. Ont-zet-tend groot is deze triomf, zou Theo Reitsma zeggen. In Rio kan ze ook Fanny achterhalen. 2016 is een jaar om naar uit te zien.

Kort over sport is 4 januari terug.