6. De hitte op de eerste zaterdag van juli in Utrecht was zinderend genoeg om te smelten voor Tom Dumoulin. En als het aantal decibellen van het publiek graadmeter was geweest voor de zege, had hij de openingstijdrit met afstand gewonnen. Maar hij bezweek onder de druk, en voor hij revanche kon nemen, lag hij ondersteboven in een talud.

Die val was de opmaat voor een nog hetere nazomer: in de Vuelta zorgde Tom Dumoulin niet alleen voor vuurwerk tegen het uurwerk (winst in twee tijdritten), maar ook op de flanken van voorheen te steile bergen. Tot de voorlaatste etappe stond hij in het rood van de klassementsleider. Een weelde waarvoor Nederland in een grote ronde terug moest tot Joop Zoetemelk. Helaas rééd hij die laatste kilometers ook in het rood, en restte slechts de complimenten en de Gerrit Schulte Trofee voor beste wielrenner.

Maar wat overblijft van dit wielerjaar zijn die twee beelden: mijn lieve, kleine Utrecht dat de tour verzengend warm onthaalde, en een compleet land dat twee maanden later het liefst zelf de laatste bergen in de Vuelta platgeslagen had, zodat Dumoulin eroverheen had kunnen razen. Tom en de tour trokken het wielrennen aan zijn eigen haren uit het moeras van cynisme. Vive le vélo!