Er zijn twee typen mensen in het leven: zij die rennen voor een trein, en zij die wel wachten op de volgende. Ik behoor tot de eerste groep: als ik een trein kán halen, wíl ik hem halen. In deze lichte vorm van dwangneurose sta ik niet alleen. Al een paar keer heb ik, vertrekkend uit de Kuip, op Rotterdam Centraal kennis gemaakt met een wat dikkige meneer die uit Hardenberg afkomstig is. Elke thuiswedstrijd reist hij per trein vanuit het oosten naar het westen, om zijn club te zien. Het is vreemd dat hij wat dikkig is, want hij rent dus altijd voor de trein.

Hij let ook altijd heel goed op de aanbiedingen van het Kruidvat en de Hema, om voor een paar euro een dagkaart voor de trein te kopen. Als de dagkaarten er weer zijn, rekent hij precies uit hoeveel thuiswedstrijden er nog binnen de actieperiode vallen. ‘Ik betaal bijna nooit het volle pond.’

Alleen als Feyenoord een thuiswedstrijd speelt om kwart voor negen ‘s avonds, neemt hij met tegenzin de auto. Helaas voor hem heeft het Kruidvat geen benzineacties. Nog spijtiger is het dat de bekerloting gisteren niet zodanig uitpakte, dat hij zijn club eens op de fiets kon bezoeken, bij HHC.