De ene titel is de andere niet. De nationale korfbalploeg zal nooit sportploeg van het jaar worden – daarvoor is de concurrentie te gering. Er moet dus een systeem komen om prestaties uit verschillende sporten met elkaar te vergelijken. Maar eerst moet je per sport bepalen wat een goede prestatie is. Die ken je vervolgens een waarde toe. Een getal tussen 0 en 1 bijvoorbeeld. Zo kan iedere sporter door het jaar heen punten verzamelen. Voor het wegwielrennen zou dat er bijvoorbeeld zo uit kunnen zien:

Etappe in een kleine ronde: 0,1
Eindwinst kleine ronde: 0,3
Etappe in een grote ronde: 0,3
Podium grote ronde: 0,7
Eindwinst grote ronde: 1
Zege in kleine eendagskoers: 0,2
Zege in grote klassieker: 0,5
Podium WK op de weg: 0,6
Winst WK op de weg: 0,8
Olympisch kampioen tijdrit: 0,8
Olympisch kampioen weg: 1

Maar: in de ene sport kun je meer punten vergaren dan in de andere. Er moet dus gedeeld worden door het aantal wedstrijden dat een topsporter redelijkerwijs in een jaar kan afwerken in zijn sport, zodat er een gemiddelde per wedstrijd ontstaat. Iemand die veel wedstrijden deelneemt, wordt dus beloond voor zijn ijver. Probleem dat dan onstaat is dat een exceptionele prestatie waar iemand zich een heel jaar op voorbereidt, door die deling tenietgedaan kan worden. Als Tom Dumoulin alleen de olympische wegrit en tijdrit rijdt, maar beide wint, heeft hij 1,8 punten, maar omdat er gedeeld wordt door, pak hem beet, 50 gemiddelde koersdagen verliest hij het alsnog van Bob de Jong die derde wordt bij alle wereldbekers 10 kilometer. Moeten we dan de punten met een factor 100 opblazen? Het is, al met al, nog ingewikkelder dan ik al vermoedde. Morgen verder.