Alles op aarde is eindig. Het aantal kampioenschappen van Feyenoord, de titels van Roger Federer en zelfs mijn eigen doelpunten. Hetzelfde geldt voor het aantal woorden in onze taal. Toch kun je – eindeloos voor je gevoel – de woorden zo rangschikken dat je erdoor verbaasd wordt. Neem nu het bericht dat vandaag verscheen over Judoka Anicka van Emden die naast een judomedaille gegrepen had. Dat vind ik grappig – een judoka moet ook niet naar medailles grijpen, maar naar haar tegenstander.

Het doet mij denken aan het stijlfiguur zeugma, waarin je meerdere betekenissen van woorden gebruikt in verschillende zinsdelen. Beroemdste voorbeeld is ‘hier zet men koffie en thee en over de Zaan’, bij een etablissement aan het water. De tandarts vulde gaatjes en zijn zakken.

Ook in de sport is dit procedé toepasbaar. De judoka greep haar tegenstander vast maar naast de medailles dus. Maar ook: de turnster kwam over als zenuwachtig, de brug en ten val. De tennisser gooide op en hoge ogen. De bal viel door de mand en korfbal als sport. De commentator versloeg de wedstrijd maar Celtic Ajax niet. Hij liep een marathon en een verkoudheid op. De keeper kwam uit zijn doel en voor zijn homoseksualiteit. En zo kun je nog even doorgaan en voort.