Topsporters krijgen recht op een uitkering bij vormverlies, melden de kranten vandaag. Dat is goed nieuws – vooral voor de topsporters zelf. Wie zijn A-status verliest, krijgt maximaal zes maanden een uitkering van het UWV. De vraag is wel hoe topsporters zich beschikbaar moeten houden voor vervangend vergelijkbaar werk. Als er een circus komt dat een trapezenummer zoekt, kunnen ze dan een turner die uit vorm is strikken? Kan de ME een beroep doen op boksers die even knock-out zijn?

In hetzelfde artikel staat dat er in Nederland 550 sporters zijn die in aanmerking komen voor de A-status van het NOC*NSF. 550! En Mart Smeets maar roepen dat we geen topsportcultuur hebben. 420 laten zich daadwerkelijk betalen; die andere 130 verdienen te veel. Een A-status betekent dat je bewezen hebt dat je topacht van de wereld bent. Of je hebt je voor de Olympische Spelen geplaatst. Dat verklaart het hoge aantal; alle hockeyers komen ook in aanmerking, net als roeiers, judoka’s en handboogschutters.

U begrijpt dat ik hoop dat er ook recht op uitkering komt voor cabaretiers met vormverlies. Ik ga vanaf januari een half jaar lang een nieuw programma schrijven – ik zal het UWV eens bellen voor de mogelijkheden.