Weggedrukt in hoekjes van het landschap vind je in Nederland kynologenclubs. Hondensport. Je kunt erover discussiëren of het sport is, maar de beoefenaars zijn bloedfanatiek – om van die bloedhonden nog maar te zwijgen. Vroeger was hondensport nog wel eens op televisie. Mijn generatie zal zich Martin Gaus’ commentaar nog goed kunnen herinneren, als een poedel weer eens een rood balletje uit een apparaat had gekregen.

Als gezegd: de terreinen waar deze sport wordt uitgeoefend zijn altijd weggemoffeld tussen een industrieterrein en de snelweg, of achter een schaatsbaan die moeilijk vindbaar is. Meestal prachtige houten, zelf getimmerde keetjes, aan de rand van een grasveld met één lichtmast. Nu zouden al die kynologenclubs schitterende namen kunnen hebben. Het kwispeltje, De natte neuzen, Apport! en natuurlijk KC De trouwe viervoeter.

Niets van dat al. Kynologenclubs heten bijna zonder uitzondering ‘Kynologenclub [geografische aanduiding]’, eventueel voorzien van de letters e.o.: en omstreken. Enige uitzondering: KC Canida in Venlo (van het Latijnse canis, gok ik), en KC Zoys in Amersfoort (van zoo? Geen idee.) Daarnaast is er natuurlijk KC Dieren. En bij een bezoek aan de websites kun je alsnog je hart ophalen: lezingen met de titel ‘de kunst van het belonen’, de cursus ‘omgaan met vuurwerk’ en jawel: clubblad ‘de trouwe vriend’. Gelukkig.