Ik heb één keer in mijn leven op een evenwichtsbalk gestaan. Het was in een gymzaal waar ik op moest treden. (Ik schrijf nog eens een boek dat ‘het schnabbelcircuit’ heet, waarin ik verslag doe van de troosteloze plekken waar je tijdens een saaie bijeenkomst geacht wordt een liedje te zingen om de feestvreugde, die op troosteloze plekken meestal niet overvloedig is, te verhogen, maar daarover een andere keer.)

Het was voor alle partijen het beste dat ik zo snel mogelijk weer van de evenwichtsbalk af ging. De enige enigszins stabiele houding was als ik erop ging zitten. (Element dichtbij de balk.) De balk, zo concludeerde ik, is geen discipline voor lange mannen zonder motoriek. Alleen mijn grote teen is al tien centimeter. Bovendien: ik vind een koprol op de vloer al moeilijk.

De balk wordt niet door mannen beturnd. (Veel te bang om met benen aan weerszijden te landen, als een puber op een te grote fiets.) Beter laat je er vederlichte vrouwen op los, zoals Sanne Wevers. Het filmpje van haar oefening maakt in iedere beweging duidelijk waarom dit onderdeel een evenwichtsbalk heet. Hans van Zettens stem wiebelde mee met iedere pirouette, maar Wevers wankelde zondag standvastig naar WK-zilver. Als eerbetoon maakte mijn sportliefhebbershart een sprongetje.