De Nederlandse tennissers en -sters (of -ters, het is allebei goed in feite) zijn al jaren te groot voor het servet, en te klein voor het tafellaken. Voor de chique banketten hebben ze niet genoeg manieren, maar ze zijn wel de koning(in) van de snackbar, om in de beeldspraak te blijven.

Er was veel kritiek op Robin Haase die de Davis Cup liet schieten om aan zijn ranking te werken in de challengers – de cafetaria’s van het internationale tennis. Het heeft hem wel geholpen: hij staat inmiddels weer bijna topvijftig. Thiemo de Bakker is ook aan een opmars bezig, en heeft de tophonderd weer in het vizier. Zelfs Michaëlla Krajicek is haar enkelranking aan het opvijzelen in het frituurcircuit, en stijgt met stip.

Zij bivakkeert nu in Toronto, waar ze de kwartfinale haalde in de plaatselijke automatiek. Tot mijn verbazing zag ik daar nog een Nederlandse op de formulieren: Eva Waccano. Ik had nog nooit van haar gehoord, maar ze won nota bene al een ITF-toernooi in Aktobe, in Kazachstan, in januari (helaas niet oktober, dat was leuk geweest.) Waccano (goeie naam voor een snack) is inmiddels al 24, en dat lijkt oud, maar hé: een goede kroket moet altijd wat langer in het vet.