Eerst hadden we Michael Boogerd. Boogerd, de nieuwe ronderenner op wie al onze hoop gevestigd was. Maar Boogerd was niet goed genoeg – of hij spoot niet goed genoeg – om de tour te winnen, of om zelfs maar het podium te halen.

Toen kwam Thomas Dekker. Dat was onze nieuwe Joop Zoetemelk. Won meerdaagse koersen. Had branie. Maar Thomas was ook niet opgewassen tegen de druk, en de verleidingen. Maar hé, toen kwam daar Robert Gesink. Een nuchtere Achterhoeker. Geen spoortje valsheid aan, die ging winnen. Maar Gesink was wankel, en kwam pas bovendrijven toen we ons al aan onze volgende held hadden vastgeklampt: Bauke Mollema. Bauke, dat was het helemaal. Nog nuchterder dan Gesink, en nog beter ook. Met in zijn kielzog Laurens ten Dam. Eindelijk kwam die ook tot wasdom, nu niemand meer slikte in het peloton. We verfden alle Franse flanken oranje, we schreeuwden, en ze haalden toptienplaatsen. Net als Gesink, trouwens. Maar podia bleven ver weg.

En net toen we dachten dat we onze bakens moesten verzetten naar Kelderman of Kuijswijk, verbaasde Tom Dumoulin de Vuelta. Hij heeft drie seconden voorsprong, dus hij mag naar eigen zeggen een seconde per dag verspelen. Een held die nog kan rekenen ook: we hoeven niet meer te zoeken.

Advertenties