Ik tikte vorige week een biografie van Fanny Blankers-Koen op de kop. Het was in de bakken voor de boekhandel, in de afdeling ‘de helft van de helft’. Blijkbaar was, met het aanstaande WK Atletiek, nog niemand op het idee gekomen om het mee te nemen. Het kan natuurlijk ook aan de kwaliteit van het boek gelegen hebben, maar daar kan ik na het voorwoord en de inleiding weinig over zeggen. Het voorwoord is van Fanny’s dochter, die haar moeder typeert als iemand die in alles fanatiek was. ‘Als ze met de fiets bij het stoplicht stond, wilde ze ook als eerste weg zijn.’

Aan dat zinnetje dacht ik toen ik gisteren Dafne Schippers na afloop van de finale zag. Heel even was ik toch teleurgesteld dat ze niet won, maar Leon Haan benadrukte namens de NOS hoe waanzinnig deze medaille was. (En terecht.) De BBC bijvoorbeeld besteedde meer aandacht aan Schippers dan aan winnares Fraser-Pryce, en sprak vol lof en bewondering over hoe deze Hollandse weer Europese trots aan de finale gaf.

Ik stelde me voor dat ik naast Schippers zou staan bij een Utrechts stoplicht. Ik weet bijna zeker dat ze rustig weg zou fietsen. Misschien is ze juist daarom zo sympathiek.

Advertenties