Ik ben geen formule 1-crack, maar niets chauvinistisch is mij vreemd, dus als er een Nederlander is die het goed doet, kijk ik graag hoe hij onmogelijke passeerbewegingen maakt. Ik ben ook geen ruitersportdier, maar als een iemand zijn ros zo goed onder controle heeft dat hij Europees kampioen wordt, ben ik geneigd man en paard te noemen: Dubbeldam en Zenith.

(Zenith, wat een prachtige naam voor een paard trouwens, en een woord dat bewijst hoe belangrijk lidwoorden zijn voor de gesproken taal; ‘ik zie de zee niet’ of ‘ik zie het zenit(h)’, dat is nogal een verschil, hoewel, bedenk ik nu, het nogal logisch is dat je de zee niet ziet als je het zenit ziet. Nu ja, een sterrenzee, misschien, maar ik dwaal af.)

Verder dit weekend: Usain Bolt en de langzaamste zege. Een EK hockey dat bewees dat er niet zoiets bestaat als een serieus EK hockey. De rommelige start van de Vuelta. De penalty’s van Feyenoord en FC Utrecht (allebei drie op rij bij de opening van de competitie – zou dat ooit eerder gebeurd zijn?). Ik kon gewoon niet kiezen waarover te schrijven. En dan voelde vervolgens vanmiddag alles alweer achterhaald door het zilver van Schippers. Maar gelukkig weet ik nu wel over wie het morgen gaan moet.

Advertenties