Over vaders en zonen in de sport is veel geschreven. (Over moeders en dochters minder; daar valt nog een hiaat te vullen.) Niet zelden worden kinderen aangespoord om dezelfde sport als de vader te beoefenen. Jos en Max Verstappen, Johan en Jordi Cruijff, Eddy en Axel Merckx, Iep en Sven Kramer. (Ik heb moeite met het verzinnen van een moeder-dochtervoorbeeld; lastig ook omdat de dochters hun moeders naam niet dragen.)

Soms belanden kinderen in een andere sport. Rob Alflen bijvoorbeeld voetbalde voor onder andere Ajax en Utrecht, maar zijn vader was worstelkampioen. 23 maal werd hij Nederlands kampioen. Loek Alflen was de een-na-jongste van een gezin van acht broers, die allemaal worstelden in clubverband, voor de Utrechtste krachtsportvereniging De Halter. (En thuis, waar ze van hun matrassen een worstelmat maakten.) Vijf van zijn broers werden ook Nederlands kampioen. (Met een kleine 2000 beoefenaars heb je met 8 broers al snel een flinke kans.)

Loek was een extra-vedergewicht. Hij werd twee keer afgekeurd voor militaire dienst vanwege zijn geringe lengte. (Zijn oudste broer Gerard diende wel, in Nederlands-Indië.) Loek kon zich geheel op zijn worstelcarrière storten. Op zijn achttiende werd hij voor het eerst Nederlands kampioen door in de finale zijn broer Eduard te verslaan. Eergisteren overleed hij, 81 jaar oud. Ook worstelaars komen op een dag niet meer boven.

Advertenties