Ik heb ook weleens een doelpunt met mijn hak gemaakt. Het was op een zaterdagmorgen in Veenendaal. Het regende pijpenstelen en mijn vader was erbij. Dit klinkt als iets normaals, maar mijn vader heeft in totaal niet meer dan drie of vier wedstrijden van mij gezien. Hij moest rijden, daarom was hij er.

Ik begeef mij tijdens wedstrijden in de regel niet op de helft van de tegenstander. De middellijn is een Berlijnse muur voor verdedigers zoals ik. Maar als je 7 tegen 7 speelt op een half veld, zoals wij destijds in Veenendaal, dan heeft de tegenstander geen helft. Zo kon het dat ik bij een een vrije trap voor het doel van de andere keeper belandde. De bal kwam voorbij en ik plantte mijn hak ertegenaan. In mijn geval geen moment van zeldzame klasse, maar een zeldzaam moment van klasse. De bal verdween in de kruising van het pupillendoeltje.

Het was niet de winnende en zelfs niet de gelijkmaker. Volgens mij stonden we al ver achter. Een doelpunt zonder betekenis. Er waren geen vaders met smartphones die alles filmden, mijn wereldgoal ging de wereld niet over. Ik at die avond gewoon aardappels of macaroni. Zondagochtend moest ik weer naar de kerk, en zo ging het weekend voorbij.

Advertenties