Bij de proloog in Utrecht werd één renner uitgefloten. Voeckler reed als enige door een haag van afwisselend geklap en boegeroep naar de finish. Het residu van jarenlang onuitstaanbaar zijn in ontsnappingen en de stervende zwaan spelen op Alpenflanken.

Chris Froome kon op louter applaus rekenen. Nu de renners twee weken lang in Frankrijk zijn, is het applaus vervormd tot achterdocht. Iedere Watt moet verantwoord worden, iedere trap is verdacht. Froomestrong, werd hij al genoemd. Zijn suprematie doet inderdaad denken aan de volgespoten jaren van US Postal. Deze week kreeg hij zelfs urine in zijn gezicht gegooid. Het probleem van Froome is dat hij niet de flair van Sagan heeft, noch het verhaal van Armstrong, noch hetzelfde paspoort als Voeckler. En dus is hij kop-van-jut. Bovendien is Froome een klinische, lelijke renner. Maar dat zijn geen symptomen van oneerlijkheid.

Ik hoop dat Froome in de komende vier bergritten iedereen naar huis rijdt. Zodat hij zaterdag op Alpe d’Huez 8 minuten voorsprong heeft op de nummer twee. En dat hij dan in een persconferentie een vlammend betoog houdt. Steek die ronde maar in je hol, ik kom hier nooit meer. Hou die pistruien maar. Om vervolgens één dag voor Parijs af te stappen. Dan zou hij mijn onvoorwaardelijke sympathie hebben.

Advertenties