Ik schoot vol toen ik Utrecht binnenreed. Misschien waren het de ouders met kinderen, die verwachtingsvol op de fiets naar Utrecht reden, met rugtassen en koelboxen. Misschien was het de Uithof, waar ik eerst langskwam. Het gebouw waar ik zoveel fijne jaren had gehad, was nu decor van de Tour. Misschien waren het de studenten, op hun bankstellen en bierkratjes langs de route. Misschien waren het de talloze muziekboxen, waaruit chansons en finishmuziek klonken.

Misschien was het het spandoek ‘Hé Tom, hier linksom’, vlak voor een bocht naar links. Misschien waren het de mensen boven op de bushokjes, of die twee bejaarden die al vanaf half twaalf in de volle zon op een tuinstoel zaten. Misschien was het de gele fiets op een balkon op de Biltstraat. Misschien waren het de huizen die een tuinslang buiten hadden gehangen met een bordje ‘gratis water voor iedereen’ .

Misschien was het dat ik bijna vakantie had. Dat ik van de voorbereidingen niets mee had gekregen, maar nu eindelijk mocht. Misschien was het de hitte. Misschien zweette ik al maximaal, en waren mijn ogen de laatste plek waar nog vocht uit het lijf kon. Maar ik schoot vol dus. Utrecht, míjn stadsie, onthaalde de tour. Trots, was ik. Volkomen misplaatst, maar beretrots.

Kort over sport is 20 juli terug.

Advertenties