Morgen is de TT van Assen. Gisteren werd bekend dat het voor het laatst op zaterdag zal zijn; de TT verhuist naar de zondag, de dag waarop alle andere races op de kalender altijd verreden worden. Aan de keuze voor de zaterdag lagen religieuze motieven ten grondslag. Het motief van de verhuizing is geld. Op zondag is de tv-aandacht groter, en dus de reclamerecette. Daarnaast verwacht de organisatie meer bezoekers, zeker omdat het nu aantrekkelijker wordt om een passe-partout te kopen voor kwalificatie en wedstrijd. Onder de TT-liefhebbers verwacht ik bovendien weinig kerkgangers.

De strikte zondagsrust – en de eerbiediging daarvan – is een klassiek Nederlands verschijnsel. Was, moet ik zeggen. Jarenlang pasten de sporten (en winkeliers) zich aan, maar zo langzaamaan zijn het de kerken die zich aan moeten passen. Volgend weekend gaan er diverse kerkdiensten niet door, omdat de Tour de France langskomt. Soms windt een lokale SGP-fractie zich nog op, vaker wordt er schouderophalend gereageerd.

Ik ben niet tegen sporten op zondag. Integendeel. Wel houd ik van tradities. Witte kleding op Wimbledon. De seventh-inning stretch in het honkbal. En de TT op zaterdag. De sport kan ook zonder, maar is karakteristieker met. Maar goed, tijden veranderen. En, zo zal de Assense VVD ongetwijfeld betogen: motorracen is ook zondagsrust.

Advertenties