Net als veel lightversedichters viel Drs. P niet te betrappen op een grote liefde voor sport. Hij had de statuur van een gentleman die kon genieten van de tradities op Wimbledon, maar ik heb toch stellig de indruk dat de slagen hem gestolen konden worden. Toch dook de sport regelmatig op in zijn werk – en niet alleen als trede van een ladder. Hij schreef veel in opdracht, en enige eruditie was hem niet vreemd – net als understatement – dus zo af en toe kruiste hij de degens met hen die zich fysiek inspannen, en vooral met de fenomenen die daarbij komen kijken.

Te denken valt bijvoorbeeld aan ‘Sla’, met de zin ‘de slalom daarentegen wordt / meer toegepast in de wintersport’ en zijn ‘Elfstedentocht’ – een van de weinige serieuze nummers in zijn oeuvre. Hij kan het overigens niet laten halverwege toch even de lachers op zijn hand te krijgen, als hij na 16 regels met droevige overpeinzingen ineens zingt: ‘Ja, ieder jaar was het hier koud / Het water wekenlang bevroren / De kind’ren zochten sprokkelhout / Vergaarden afgevallen oren’. (Een schitterende muzikale compositie trouwens ook. Zijn teksten sprongen meer in het oog, maar muzikaal was hij van vele markten thuis. Hij memoreerde ooit in een documentaire dat een toeschouwer hem na afloop vroeg: ‘Schrijft u uw teksten ook zelf?’ Een compliment dat hij graag hoorde.)

Een enkele keer – en waarschijnlijk in opdracht – wijdde hij een heel lied aan de sport. Zo is er ‘grand prix’ (vroem vroem vroem / voor de prijzen en de roem / stuur stuur stuur / anders sla je een figuur) en ‘sport en spel’, waarin liefde voor de sport, en voor de supporters daarvan, overigens niet bepaald geëtaleerd wordt: ‘En deze debielen met hun projectielen / Veroorzaken weer een schandaal / Er vallen gewonden wat erg wordt gevonden / Maar eigenlijk is het normaal / Want weet u iets mooiers voor gekken en schooiers / Dan Michels zijn sportideaal.’

Alleen zijn lied ‘Snooker‘ vertoont een lyriek die doet vermoeden dat hij van het spel genoot; in zes coupletten worden de regels feilloos uit de doeken gedaan, beginnend met

Er wordt een snookerkampioenschap uitgezonden
En dat is dagelijks te zien op BBC
Dat is een radio/TV-bedrijf in Londen
En snooker brengt, ik zeg het nu maar onomwonden
Mechanica tezamen met planimetrie
Het resultaat is visuele poëzie

Alles waar de Drs. voor stond komt samen in dit lied: een prachtig rijmschema, toepasselijke muziek, wat kennis tussendoor, vlekkeloos Nederlands met woorden die je niet dagelijks leest in een lied, en dat alles in een stijl die, zoals in veel van zijn liederen, een enorme terloopsheid tentoonspreidt. Alsof hij eigenlijk iets beters te doen had, maar goed, nu we erom vragen, dit is wat erover te zeggen is.

Als je Drs. P moest vergelijken met een sporter, dan met Roger Federer. Beiden hebben een mengeling van gratie en talent die je doet verzuchten: ja, zo moet het. IJkpunten – Federer voor de tennissport, P voor de liedkunst. En net als Federer was de Drs. in zijn nadagen niet meer zo achteloos weergaloos als voorheen, maar altijd viel er wat te genieten. Bovendien zijn ze beiden Zwitser – het lijkt een voorwaarde voor precisie en klasse.

Waarom zoveel tekstschrijvers in dit genre weinig met sport op hebben weet ik niet. Wellicht dat er een zeker dédain bij komt kijken – wat ook doorklinkt in het lied over sport en spel – maar misschien is het ook omdat het schrijven van een tekst die aan zoveel regels voldoet, eigenlijk al gelijkstaat aan het voltooien van een sportprestatie. Als je zelf iedere keer binnen de gestelde regels het maximale moet presteren, heb je waarschijnlijk geen behoefte meer om te kijken naar anderen die hetzelfde doen.

Zelf was ik lichtelijk bekend met de platgetreden paden van zijn werk – bekende liedjes, de ollekebollekes en de wonderlijke interviews – toen ik een eerste bundel van zijn hand kreeg: Wis- en Natuurlyriek, samen met Marjolein Kool geschreven. Daarin nemen zij onderwerpen uit de wis- en natuurkunde onder handen. Ik kreeg het boekje toen ik wiskunde ging studeren, 15 jaar geleden. Niet veel later kocht ik de Pluchebundel met zijn beste liedteksten. Maar pas echt geïnspireerd was ik toen ik de documentaire Niet van talent gespeend zag, waarin hij zegt: ‘Ach ja, de liefde, ach ja, het regent zo vaak. Daar schrijft iedereen al over.’ Het was voor mij de aanleiding om ‘Abcoude’ te schrijven, een lied waarin eigenlijk niets gebeurt (en waarin liefde noch regen te bekennen is). Het was mijn eerste, echte liedje. Nog altijd probeer ik soms zo’n tekst te schrijven; onzin die niet onzinnig is.

Die opmerking over de thematiek van liedteksten spookt nu en dan – gewild en ongewild – door mijn hoofd. Als ik schrijf, of als ik anderen beluister. Als ik een programma zie waarin ieder lied, hoe mooi of grappig geformuleerd ook, uiteindelijk weer over een relatie blijkt te gaan die stuk of juist gelijmd is, denk ik vaak: Ach ja, de liefde…

Zo zal zijn werk, en zijn visie op een goede tekst, nog wel even doorwerken in wat ik zelf maak. Ik heb zeven grote voorbeelden, als het gaat om liedteksten. Sinds zaterdag is meer dan de helft dood. Reden te meer om te blijven schrijven, en om naar zijn werk te blijven luisteren. Naar dit bijvoorbeeld. Of naar dit. Of, als je echt wilt lachen, naar dit. Of dit, of dit, of…

Advertenties