Vergeeft u mij de gatenkaas waartot dit blog langzaamaan verwordt. Ooit begon ik ermee toen ik weinig werk had, en mezelf ‘s ochtends in gang wilde trekken. Nu zijn de ochtenden in gang getrokken voor ik zelf wakker ben, en schiet dit vrije schrijven – naast mijn échte werk – erbij in.

Zo kan het dat ik niets geschreven heb over de giro van dit jaar, en dat was er toch voorwaar één om van te likkebaarden. (Had je daar dan wél tijd voor, hoor ik u denken, goede vraag – scherpe lezers heb ik toch – en nee, dat had ik natuurlijk niet, maar zo soms schoot, als om half vijf mijn vingers moe waren van het typen, de twittertimeline door mijn beeld, en zag ik dat het nog vijf kilometer was voor Steven Kruijswijk de etappe zou winnen. Onder het excuus van ‘even ontspannen’ kroop ik dan naar beneden, alwaar Steven Kruijswijk nooit won.)

Maar potverdorie, wat was het lang geleden dat een Nederlandse coureur zo ongebreideld in de aanval was. Wat goed dat Rabob… Jumbo, besloten heeft hem ook mee te nemen naar de tour. In het wielrennen is aanvallen meestal de slechtste verdediging. Maar wel de beste manier om kijkers te kluisteren. Zelfs als ze het te druk hebben.

Advertenties