Ik schreef zaterdag over Felix von Heijden, die met het Nederlands voetbalelftal brons won op de olympische spelen van 1920. Er was een gek zinnetje dat mijn aandacht trok toen ik over die medaille las. Een deel van het elftal was al naar huis gegaan, en Felix mocht meedoen in de ‘verloren wedstrijd om het zilver’.

Hè? Een wedstrijd om het zilver? Het zit zo: het voetbaltoernooi op de olympische spelen werd afgewerkt volgens (een afgeleide van) het Bergvallsysteem. Bergvall was een Zweedse waterpoloër, en hij bedacht een toernooiformule die gebaseerd was op het knock-outsysteem. Zijn filosofie was echter dat een knock-outsysteem alleen een winnaar aan kan wijzen. Of de verliezend finalist ook de beste van de rest is, kun je niet weten – de een-na-beste kan immers door de latere winnaar al in een eerste ronde zijn uitgeschakeld. Na de finale werd dus een nieuw toernooi opgezet, waaraan alle ploegen meededen die door de winnaar verslagen waren. Om de bronzen medaille werd dan opnieuw in toernooivorm gespeeld, door alle ploegen die door de zilverenmedaillewinnaar waren geklopt gedurende het toernooi.

De omslachtigheid zorgde ervoor dat deze toernooivorm nooit populair werd. Maar het heeft, in al zijn onmogelijkheid, ook iets schitterends: het streeft naar een perfect podium. Een nobel doel.

Kort over sport is terug op maandag 20 april.

Advertenties