Ik zag vanmorgen een postbode die van zijn fiets geblazen werd. De wind bezorgde de brieven aan de straatstenen; de rekeningen bleven onbetaald. Even later zag ik kinderen met oranje hesjes aan een fiets in hun hand voortslepen. Ze deden verkeersexamen, maar het lukte ze niet om over de W.A. Vultostraat te rijden. Eenmaal bij het stoplicht gekomen waar ze linksaf moesten slaan, staken ze over op de voetgangersplaats, waarna ze zich opstelden in het fietsvak. Ondertussen stond er een man met een witte jas en een opschrijfblok te noteren wat er allemaal goed ging – niets dus, vooral omdat het papier van zijn blok steeds opwaaide. Het was, kortom, geen weer om te fietsen vandaag. Toch waagden talloze landgenoten zich op de weg.

Ondertussen werd er ook gereden in de Driedaagse van de Panne – een wielerkoers die de pech in zich draagt. In het eerste uur legden de renners vandaag, met de wind in de rug, meer dan 56 kilometer af. Op dagen als deze – en zondag was er ook al zo’n dag in Gent-Wevelgem – wordt steeds weer de vraag gesteld of het verantwoord is om wielerkoersen te organiseren.

Wie vanmorgen de postbode en de kinderen zag, wist het antwoord: wielrenners moeten niet zeuren.

Advertenties