In een flits leek het op een rode kaart. Die grote Zlatan, die in komt glijden als een slee van een helling: onstuitbaar. De potentiële energie moet eruit. Het armgebaar zodra hij de verdediger geraakt heeft: hij weet dat hij te laat is. En dan Bjorn Kuipers, die gelijk negen Chelseaspelers om zich heen heeft: allemaal, behalve die ene op de grond, en de keeper. Rood.

Het was niet Kuipers’ finest hour, gisteren. Een ferme gele kaart had hier volstaan, alhoewel Zlatan niet protesteerde. De gele kaart die Costa kreeg, later, dat had best een rode mogen zijn. Gemiddeld zat hij goed, maar omdat het over twee ploegen verdeeld was, was de verhouding scheef. Toch ontspoorde de avond niet. Een goede scheidsrechter is niet iemand die nooit de controle verliest, maar iemand die de controle altijd terugvindt. En dat lukte. Je zag het aan Thiago Silva, die in de verlenging de scheidsrechter alleen even kort toeknikte: je had gelijk, hand naar de bal, oliedom, strafschop.

Maar al zijn onpartijdigheid ten spijt, zal Kuipers in zijn achterhoofd toch even een vuist gebald hebben toen Luiz de 1-1 binnenkopte, en Thiago Silva de 2-2. Geen grootse wedstrijd gefloten, fouten gemaakt, maar de benadeelde ploeg won toch. Het geluk van een topscheidsrechter.

Advertenties