Lex Immers maakte gisteren het eerste doelpunt in de Nederlandse eredivisie dat goedgekeurd werd dankzij doellijntechnologie. Vooruitgang, natuurlijk. Vooral mooi was het om te zien hoe de NAC-spelers afdropen na hun protesten, omdat Vink alleen maar op zijn horloge hoefde te wijzen. Tegen elektronica is het moeilijk protesteren.

Maar het is ook lastig genieten. Een tenniswedstrijd winnen als het laatste punt je door de techniek wordt toegewezen, dat heeft weinig heroïek. En je zag Immers wel juichen gisteren, maar het is toch een beetje alsof het voor een lullig eigen doelpunt is. De ontlading is niet even groot, en de voldoening evenmin.

Nee, dan denk ik toch met plezier terug aan de tijd, ver voor Hawk Eye maar bestond, dat ik een uitwedstrijd speelde in Loosdrecht. We verloren 6-2, ik maakte zelfs een doelpunt (toen het 6-1 stond), maar in het begin van de wedstrijd schoot onze midmid van een meter of 25 op doel. De bal kaatste via de lat en de doellijn het veld in. De schutter rende luid juichend weg. De scheidsrechter twijfelde, en keek net als de anderen op het veld verbouwereerd naar onze middenvelder. ‘Tsja, als je het niet probeert, zit-ie sowieso niet’, zei die breed lachend.

Advertenties