Ik was gisteren in de grote, nieuwe sporthal van Meppel. Ik hou niet van sporthallen. Ze ruiken naar gymlokalen op de middelbare school, en daar was ik niet graag. Ik struikelde over de trampoline, ik kon geen koprol, de kast was te hoog en bij apenkooien was ik altijd als eerste af. Bij trefbal trouwens ook.

In sporthallen speelt zich een aanzienlijk deel van de sport af, maar het gaat grotendeels aan mij voorbij. Korfbal, volleybal, handbal, basketbal – stuk voor stuk nobele sporten. In basketbal waren ze ooit heel goed, in Meppel. Begin jaren tachtig was een stichting topbasketbal, die voor sponsors zorgde en goeie spelers. Desi Bouterse speelde zelfs nog een tijdje voor de ploeg, toen hij in Havelte gelegerd was.

Tegenwoordig spelen de Red Giants in de vaderlandse promotiedivisie. In een troosteloze, nieuwe sporthal. Zo groot dat je er wel acht basketbalwedtrijden tegelijk kunt spelen. Ik dool door het lege gebouw, en kom een oude ahrendkast tegen waar ‘Red Giants’ op staat geschreven met een zwarte viltstift. Ik overweeg om te proberen of hij open kan, maar ik weet me te beheersen. Topsporthal Ezinge, zo heet het hier. De Desi Boutersehal durfden ze waarschijnlijk toch niet aan.

Advertenties