Ik zag Thomas Dekker zitten bij De Wereld Draait Door, eerder deze week. Vorige week miste hij op 1887 meter het werelduurrecord; hij kwam 270 meter tekort. Dat klinkt als net niet, maar het is toch een aardig stukje; alsof je op 3 seconden de 10 kilometer schaatsen verliest. Aan tafel bij Matthijs, de man met de nationale uithuilschouders, zat hij openlijk te solliciteren naar een plekje in een andere ploeg, maar het leek wel alsof Matthijs daar meer in geloofde dan Thomas zelf.

Maar aan Thomas Dekker kleeft het woord doping als vliegen aan een plakstrip in augustus. Je kunt een nieuwe strip ophangen, maar binnen de korste keren zitten de vliegen er weer op. Hij is die belofte die, eenmaal uit de pot met toverdrank gehaald, niet meer zo sterk blijkt als voorheen. En dan geldt: voor jou tien anderen waar de vliegen niet op afkomen.

Dus daar zat hij. Thomas Dekker. De doping had van hem een loser gemaakt – precies het tegenovergestelde van wat hij ermee beoogd had. Hij had nog één keer zichzelf op de kaart willen zetten, en het was niet gelukt. In feite was hij nu een steengoeie amateur. Je zou hem een beetje genade gunnen, in deze lijdenstijd.

Advertenties