Na Mathieu van der Poel meldde zich een tweede Nederlandse wereldkampioen in dit jaar: Kirsten Wild was de beste op de scratch. Scratch is een baanwielrenonderdeel, net als het veldrijden van Mathieu niet olympisch, waarbij het er om gaat dat je na tien kilometer als eerste over de finish komt. Meer is het niet.

Nu is baanwielrennen een rare sport. Zwaar, maar raar. Net als schaatsen is het een surrogaat voor het echte werk. Schaatsen doe je buiten, op natuurijs, om van a naar b te komen. Maar omdat er niet altijd ijs ligt, hebben ze ijsbanen ontworpen. Voor fietsen geldt hetzelfde. Waarom is de fiets uitgevonden? Omdat het harder ging dan lopen, zodat je sneller bent waar je wilt zijn. Toen het een keer regende is iemand rondjes gaan rijden in zijn schuur, en daar is het baanwielrennen uit ontstaan. Volkomen nutteloos, want na 250 meter ben je altijd weer waar je was. Je had dus net zo goed niet kunnen gaan fietsen. (Atletiek: idem dito. Alleen de marathon is van waarde.)

Het is natuurlijk wel praktisch: zo kun je als publiek de helden steeds voorbij zien komen. En Kirsten Wild kwam vaak voorbij: 40 keer, om precies te zijn. En niemand kwam haar voorbij, dus ze won.

Advertenties