Ik las een boek op de bank terwijl in mijn ooghoek een Champions Leaguewedstrijd aanstond die mij niet aanstond. Paris Saint Germain met één Fransman tegen Chelsea met twee Engelsen. Het geluid stond uit; ik keek alleen op als het beeldscherm één kleur kreeg: geel toen Chelsea gescoord had, blauw toen het 1-1 werd. Tijdens het omslaan van de witte bladzijden tussen de hoofdstukken wierp ik ook een blik opzij; de wedstrijd overtuigde niet.

Sport is goed leesbehang. Ik heb ook ooit een boek meegenomen naar een squashtoernooi, en nog nooit las ik zo uitgebreid de krant als bij een tenniswedstrijd, waar elke pauze gevuld kon worden met één stukje. Ik heb dat ook eens geprobeerd bij een debat in de Tweede Kamer, maar toen ik mijn boek nog maar amper opengeslagen had, op de publieke tribune, werd ik door de beveiliging gesommeerd het dicht te doen. ‘Als u hier bent, moet u het debat volgen.’ Ga dat eens tegen die twitterende Kamerleden zeggen, dacht ik, maar dat zei ik niet.

Misschien zou ik een roman moeten gaan schrijven tijdens alle uren dat ik sport kijk. En dat je dan aan de hoofdstukken af kunt lezen of de wedstrijd boeiend was.

Advertenties