Ik keek gisterenavond naar Preston North End tegen Manchester United. Je kunt je vergapen aan de romantiek van de FA Cup, en het feit dat die gratis door de BBC wordt uitgezonden, maar ik keek vooral naar Daley Blind. (Overigens heb ik lang in het kamp gezeten van KNVB-bekerklagers, maar ons land is simpelweg niet groot genoeg om een roemrucht bekertoenooi te hebben. Laten we dus niet mokken op onze cup, maar gewoon verlekkerd het groenere gras van de buren aanschouwen.)

Maar goed, Daley Blind. Een man die in zijn leven één goeie pass gaf. Een pass die alleen maar goed werd door wat Robin van Persie ermee deed. Die pass waardoor Blind ineens miljoenen waard was. Die pass die zijn verdere carrière zal bepalen. Maar Daley Blind deed dat toen ook maar toevallig op het goede moment.

Dat is het verschil met grote voetballers. Die zijn altijd goed, en niet alleen één keer op het WK. Bergkamp is meer dan die wondergoal tegen Argentinië. Hij is namelijk ook van de wondergoal tegen RKC. En tegen Leicester. En tegen Newcastle. Tegen iedereen eigenlijk. Zo niet Daley Blind. Iedere stadionbezoeker zal de komende tien jaar huiswaarts keren met deze gedachte: wéér geen beslissende pass van Blind gezien. A Daley disappointment.

Advertenties