De tien kilometer die Sven Kramer een trauma in plaats van een gouden medaille bezorgde werd historisch. Had Kramer de goede bochten gereden, was de race niet zo memorabel, maar ook historisch geweest: het had de honderdste Nederlandse gouden olympische medaille kunnen zijn.

Kramer was een mooi boegbeeld geweest voor die statistiek. Een groot olympiër, die nog groter was geweest als hij die race gewonnen had, en mooi had gestaan in de annalen. Maar de statistiek zou wel heel toevallig uitpakken als uitgerekend een van onze grootste sporters die medaille zou pakken. Toevallige feitjes die groot worden gemaakt door getallen horen toe aan mindere goden. De jubileumtreffers in de eredivisie bijvoorbeeld werden ook niet gemaakt door Cruijff, Van Hanegem, Van Basten en Bergkamp, maar treffer 10.000, 20.000, 30.000, 40.000 en 50.000 kwamen op naam van Cor Adelaar, John Metgod, Rob Alflen, Yuri Cornelisse en Mounir El Hamdaoui.

De honderdste gouden olympische plak kwam op het conto van een vrouw die drie olympische spelen verprutste. Maar die één keer de beste was. Afgelopen weekend nam ze afscheid. Niet de grootste wintersporter ooit. Maar wél de honderdste gouden medaille. Nicolien Sauerbreij. Moge haar naam voor eeuwig in de boeken staan.

Advertenties