Maarten Stekelenburg. Ik weet niet hoe vaak u aan hem gedacht heeft in het afgelopen jaar, maar ik heb dagen overgeslagen. 2014 was, op keepersvlak, het jaar van Cillessen en Krul, en het jaar van Kenneth Vermeer zo je wilt. Die gisteren overigens bewees dat hij ook fouten maakt. Van het hechte verdedigingscollectief van Feyenoord is nog maar weinig over. Nu het geloof in een titel met de speelrondes is weggeëbd, moet de mentaliteit opgebracht worden om voor een tweede plaats te vechten. Dat zal niet gemakkelijk worden. Het lijkt erop alsof er alleen nog maar aan de ontmoeting met AS Roma wordt gedacht.

Terug naar Stekelenburg. Een saaie, maar constante keeper. Minder spectaculair dan Vermeer, maar in zijn soberheid ligt zijn kracht. Een palmares om van te watertanden: Ajax, AS Roma, Fulham, en een WK-finale in de benen (c.q. in de handschoenen). Maar zo onomstreden als hij bij Ajax was, is hij nooit meer geworden.

Inmiddels keept hij bij AS Monaco. Of nu ja, hij zit op de bank, en mag de bekerwedstrijden spelen. Gisteren stond hij in de halve finale, en stopte hij in de beslissende serie twee strafschoppen. Maar helaas: zijn teamgenoten misten er drie. Maarten Stekelenburg, een verloren zoon in een belastingparadijs.

Advertenties