Ik ruimde vandaag mijn studeerkamer op. Of beter gezegd: ik mestte hem uit. De berg was zo hoog dat mijn toetsenbord onbereikbaar was, en een stukje schrijven onmogelijk. Nu, tien volle vuilniszakken verder, echoën de toetsen die ik raak door de kamer. Bij een eerdere schoonmaak had ik al eens geschreven over het Rintje Ritsmasjaaltje van Sanex dat ik kreeg bij een EK allround in Heerenveen. Ook dit keer kwam ik hem tegen, en ook ditmaal overleefde de sjaal de schifting. Er moeten er zo’n 40.000 zijn uitgedeeld, maar op een dag wordt-ie zeldzaam.

Het meest dierbare sportbezit dat ik weggedaan heb, is mijn oude televisie. Ook mijn eerste televisie trouwens; ik kocht hem in 1995 voor op mijn jongenskamer. Mijn ouders sponsorden een groot deel, maar ik legde al mijn spaargeld (180 gulden) bij om hem aan te kunnen schaffen. Ik moest een paar maanden langer wachten, omdat ik per se teletekst wilde.

Het is het toestel waarop ik Servais Knaven Parijs-Roubaix zag winnen. Waarop ik Somalia de 1-0 tegen Rosenborg zag maken, terwijl ik leerde voor mijn mondeling Grieks. Waarop ik Maarten van der Weijden olympisch kampioen zag worden. Het was alsof ik de geschiedenis bij het grof vuil zette.

Advertenties