Vroeger keek ik er wel eens naar op Eurosport: Parijs-Dakar, de auto- en motorrace door de woestijn. Enorme wagens en motoren die om de haverklap vast zaten. Parijs-Dakar heet overigens al een aantal jaren de Dakar Rally, omdat er niet meer in Parijs gestart wordt. Er wordt ook niet meer in Dakar gefinisht, trouwens, vanwege onrusten in Mauretanië, dus het geheel speelt zich al zeven jaar af in Zuid-Amerika. Dit jaar is het een koers die in dertien etappes van Beunos Aires naar Buenos Aires gaat. Maar de Buenos Aires-Buenos Aires Rally, dat zou natuurlijk de nutteloosheid van dit evenement extra benadrukken, vandaar dat het nog steeds de Dakar Rally heet.

In het verleden startte de koers ook in Clermont-Ferrand, Marseille, Barcelona en Lissabon. Dit hoerige gedrag met de startplaatsen zien we ook terug bij de Tour de France. Niet verwonderlijk, want de organisator van beide wedstrijden is de ASO, en daar gaat geld al jaren voor principes.

Wél leuk is dat 80 procent van het deelnemersveld uit amateurs bestaat. Misschien is dat ook een goed idee voor de Tour de France. Een koers met 200 profs en 800 amateurs. Geen dopingcontroles voor de amateurs, maar ook geen prijzengeld. En dan kijken wie er wint.

Advertenties