Couturier Frans Molenaar is overleden. Hoewel ‘couturier’ een woord is dat veel sporters nauwelijks uit kunnen spreken, wel een mooie reden om het over sportkleding te hebben. Ik had een overzicht willen geven van de extravagante kleding van Mario Cipollini en de badjassen van Usain Bolt, maar ik merkte dat ik al snel bleef hangen bij de trainingspakken van de Nederlandse olympische ploeg in Albertville.

Wat een potsierlijk ontwerp: een rood-wit-blauw waarvan het wit bestaat uit tulpen. Hoe Hollands wil je het hebben? En allemaal zwaar oversized natuurlijk; dat was in de mode. Ik heb aan het eind van mijn studententijd (rond 2009) ruitjesoverhemden gedragen die mijn moeder voor mij in de jaren negentig gekocht had.

Het zijn de eerste olympische spelen waarvan ik me iets kan herinneren. Ik weet nog dat ik van juffrouw Dicky (zo heette ze echt) hoorde dat Bart Veldkamp goud gewonnen had. Er werd gereden onder schooltijd; van primetime had nog nooit iemand gehoord. Het was de enige Nederlandse gouden medaille, aangevuld met een zilveren (Zandstra) en twee bronzen plakken, voor veteraan Leo Visser. (Toen was schaatsen nog een internationale sport.) Visser miste op negen honderdsten het goud op de 1500 meter, en smeet met zijn dure schaatsen. Maar hij hield wel een schitterend trainingspak over aan zijn avontuur.

Advertenties