2. Het WK in Brazilië. De gouden pik van Louis, de 7-0 van Duitsland, de wissel van Krul, de tranen van Neymar en de dribbels van Robben. En vooral: die ene dag waarop het eerste gewin geen kattengespin bleek. De lange bal van Blind, de kopbal van Van Persie, het ongeloof van Casillas en de zweefduik om het geheel wat extra spektakel te geven. Echt grote voetballers doen zoiets in een finale, zeggen de cynici. Soit. Het was een onverwacht sierlijk ‘er was eens’ als begin van een sprookje waar niemand in geloofde. En dat bijna eindigde met lang en gelukkig.

1. Eind mei van dit jaar ontmoette ik Theo Reitsma. Hij bleek aan de toog in net zulke gebeeldhouwde volzinnen te spreken als vroeger op televisie. We spraken over zijn commentaar bij de race van Ellen van Langen, waarover hij ooit zei: ‘Je krijgt in dit land als commentator hoogstens één kans in je leven om Nederlands olympisch atletiekgoud te verslaan.’ Dafne Schippers won deze zomer twee Europese atletiektitels. Niet op bijnummertjes, maar op 100 en 200 meter sprint. Dat deed ze zo gemakkelijk, dat je haast vergeten zou hoe zeldzaam dat is. Over anderhalf jaar zijn de olympische spelen van Rio de Janeiro. Daar zal een Nederlandse vrouw een van de favorieten zijn, 68 jaar na Fanny Blankers-Koen. Niet één, maar twéé kansen. Wat een tintelend vooruitzicht.

Kort over sport hervat op maandag 5 januari.

Advertenties