Eén keer in mijn leven heb ik op de zaterdag voor Kerstmis gevoetbald. Het was ’s middags om half drie, 21 december, op het achterste veld van Valleivogels. (De ooit zo roemruchte Valleivogels uit Scherpenzeel, spelend in het rood, naast de blauwen van vv Scherpenzeel. Er waren vergaande fusieplannen, maar die zijn dit najaar uiteindelijk toch afgeketst. Gelukkig maar; wat moet je met een dorp waar maar één voetbalclub is, zo groot als een fabriek? Fuseren is de dood van het amateurvoetbal.)

Op dat achterste veld verdedigden wij een 4-2 voorsprong bij het ingaan van de laatste minuut. In blessuretijd maakte de thuisploeg de 4-3, en de scheidsrechter liet vervolgens net zo lang doorspelen tot er nog een doelpunt zou vallen.

Trouwe lezers van dit blog weten dat dit verhaal niet goed afloopt. De duisternis trad in, in de kantine werden de tafels al schoongemaakt, de kerstman trok al met zijn slee langs de hemel en we zouden met een zaklamp de weg naar de kleedkamers moeten terugvinden, hoewel, als de scheidsrechter nog even liet doorspelen zou vanzelf de kerstster aan de hemel verschijnen. En toen viel de 4-4. Ik denk er ieder jaar nog aan, op de laatste zaterdag voor Kerstmis. Enige troost: het was geen eigen doelpunt.

Kort over sport neemt een paar dagen vrijaf; vanaf 27 december het jaaroverzicht!

Advertenties